In september 2013 was ik 25 jaar in dienst bij de Gemeentelijk Brandweer in Ede als vrijwilliger.

Dit hebben we in besloten kring gevierd waarbij ook de partners aanwezig waren, voor mij en mijn vrouw was dit een hele leuke avond.

Achterom kijkend, want dat mag dan, heb ik een hele hoop meegemaakt.

In die 25 jaar heb ik:

4 burgemeesters voorbij zien komen,

5 Brandweer Commandanten gediend,

2 Sectie Commandanten gediend, tegenwoordig heet dit Ploegchef,

1 ploeg (of sectie) gezeten, namelijk sectie 1.

In de afgelopen 25 jaar is er binnen brandweer Nederland veel veranderd.

Is de rang onderscheiding van beroeps en vrijwillig gelijk getrokken in uiterlijk.

Is het Brandweer Logo aangepast aan de huidige tijd, iets wat ik tot op de dag van vandaag nog betreur.

En ook het uniform is aangepast aan deze tijd (!) Soms denk ik dat we deel uit maken van het muziekkorps, maar dit terzijde.

In die 25 jaar heb ik op uitzondering van mijn ploegchef na, iedereen in mijn ploeg zien binnen komen.

Dit betekend dat ik minimaal zoveel collega’s heb zien vertrekken.

Het leuke daarvan is, dat ik nu met zoons uitruk, waarvan ik dit ook nog met hun vaders heb gedaan, en in 1 geval ook nog met de opa daarvan.

Maar er waren ook minder leuke dingen, zoals het vroegtijdig overlijden van 2 collega’s.

Maar ook het werken zelf is flink veranderd en in de meeste gevallen zelfs verbeterd.

In mijn begin tijd hadden we erg veel automatische brandmeldingen (OMS) en soms wel 6 op een nacht, daar werd je nachtrust niet beter van.

Met de invoering van een vertraging op het doormelden naar de brandweer werd het al een stuk beter.

Ook het behandelen van slachtoffers bij ongevallen is flink verbeterd door de toegenomen kennis in de medische wetenschap en het daar op aanpassen van de werkzaamheden.

In mijn begintijd werd een bekneld slachtoffer zo snel mogelijk bevrijdt en met spoed afgevoerd naar het ziekenhuis.

Nu hebben de ambulance verpleegkundigen meer inzichten in het letsel en beginnen bij aankomst al met het verzorgen en verbeteren van de toestand van de patient.

Helaas is dit niet in alle gevallen mogelijk en komt alle hulp te laat.

In 25 jaar brandweerdienst heb ik veel branden voorbij zien komen en ook de nodige ongevallen, sommige met helaas een triest einde.

Voor mij en mijn collega’s is het brandweervak een heel mooi vak, je weet immers nooit wat je van te voren op je bordje krijgt voor geschoteld.

Voor buitenstaanders is dit soms moeilijk te begrijpen “een mooi vak” terwijl je bijna altijd te maken hebt ellende van een ander, want dat is wat ons vak inhoud.

Voorkomen kunnen we het niet, maar verhelpen van de situatie is iets wat we graag en goed willen doen.

In 1988 hadden we veel uitrukken per week, soms wel 20 of meer, vandaag de dag mogen we “blij” zijn met 3 of 4 uitrukken per week.

Dit komt mede door de ontwikkelingen van preventie en de toegenomen verkeersmaatregelen die de veiligheid van ons allen verbeteren.

Maar desondanks is het iedere keer weer een verassing als de pieper gaat,zoals gezegd, je weet nooit wat en waar je mee te maken krijgt.

En dat laatste maakt ons vak zo boeiend.

Zie ook http://youtu.be/hwy0nBtOZeQ